ViaStratova

Home » Articles posted by ViaStratova

Auteursarchief: ViaStratova

Preventie gebeurt al: thuis, in de buurt, wijk, dorp en stad

Schermafdruk 2018-03-29 15.57.37

Met stijgende verbazing kijk ik op 28 maart 2018 naar Nieuwsuur. Daar wordt een nieuwe term geïntroduceerd: leefstijlgeneeskunde. Aanleiding hiervoor is een manifest, dat getekend is door een groot aantal deskundigen. De tv-uitzending bestaat uit een reportage vanuit de sportschool en een cardioloog die wordt geïnterviewd in de studio. De oplossing voor mensen met diabetes en hart- en vaatziekten is zo klaar als een klontje: er moet een leefstijlarts komen. Dat is een dokter die zieken gaat vertellen wat ze moeten doen om beter te worden.

Ik heb een heel andere oplossing, die allang bestaat. Maar die wel moet worden gefinancierd en worden bevorderd. Stimuleer dat mensen gezond blijven. Neem maatregelen die die dat mogelijk maakt. Dus overheid: Maak de gezonde keuze ook de makkelijkste keuze. Bevorder preventie dicht bij huis. Het gebeurt immers al: thuis, in de buurt, wijk, dorp en stad.

In de sportschool

Nieuwsuur toont een reportage, gemaakt in Almere. “Als er één plek is waar mensen zich bewust zijn van hun gezondheid, dan is het de sportschool”, laat de voice-over ons weten. De 55-jarige Fred kan dat beamen: “Ik ben natuurlijk mijn hele leven al een beetje aan de zware kant en als je ouder wordt, moet je er toch rekening mee houden dat er dingen kunnen gebeuren. Er kan wat dichtslibben.” We zien hem drie keer de halters opdrukken en moeizaam overeind komen. “In het weekend houdt u ook wel van lekker eten”, is de suggestieve vraag van de interviewer. Dat is een schot in de roos: “Zeker weten: lekker veel vlees, toetjes, lekker gourmetten, spareribs”, somt Fred op. “Dus dat komt helemaal goed. Ik ben een bourgondiër. Ik moet ook leven, hè!” Hij lacht er verontschuldigend bij.

Gezondheidswinst behalen

Daarna is cardioloog Janneke Wittekoek aan de beurt. Zij pleit voor iets heel nieuws: het inzetten van leefstijlgeneeskunde als interventie. Dat doet ze namens veel collega’s waarmee ze een manifest heeft ondertekend. “We kunnen een ongelofelijke gezondheidswinst bereiken door leefstijl in te zetten als interventie. Het kan wel 3 tot 10 miljard aan besparing opleveren aan behandeling bij ziekte”, is haar verwachting. Voor preventie is dat niet doorberekend in een model. Maar toch: “Ook  80% van de hart- en vaatziekten kan worden voorkomen.” Indrukwekkende getallen.

Artsen moeten dus inzetten op leefstijl en mensen eerder bewust maken. “Goede preventie begint met kennis. Het liefst op een leuke manier”, zegt de cardioloog. ”Wil je iemand motiveren om gedrag te veranderen, dan moet je uitleggen welke risicofactoren er zijn.” En dus volgen de tekening van een dichtslibbend bloedvat, een foto met dikke lagen geel cholesterol en een fotoserie van een maanlandschap. Toch niet! Die fotoserie toont het verval van een vaatwand, in zes stappen. Ik wacht op die ‘leuke manier’. Maar die komt niet.

Ken je getallen

De oplossing volgens deze cardioloog: “Je moet je getallen kennen.” Dus volgt een kort college over BMI, cholesterol, bloeddruk en bloedsuiker. Terug in de sportschool blijkt bijna niemand iets te weten over de eigen waarden voor bijvoorbeeld cholesterol en bloedsuiker. Dus moet er een leefstijlarts komen, die op het brede terrein van leefstijl mensen kan adviseren. De belangrijkste stap van probleem naar oplossing wordt overgeslagen. Gezonde mensen komen niet in het ziekenhuis, bij zo’n leefstijlarts. Preventie begint immers dicht bij huis: in je eigen woonomgeving.

Thuis, in de buurt, wijk, dorp en stad

Mijn oplossing is niet een door mij bedachte oplossing. (Ik zeg het er maar even bij.) Hij bestaat al heel lang en wordt onvoldoende gehoord. En zeker niet in geld ‘beloond’. Want preventie vindt echt niet plaats in het ziekenhuis, in de spreekkamer van de medisch specialist.

Preventie gebeurt namelijk op deze (en veel meer) plaatsen:

  • thuis, door ouders die zelf een maaltijd koken voor het gezin en daarmee het goede voorbeeld geven;
  • op school, waar kinderen kraanwater drinken en fruit eten; waar ze leren over gezondheid – in al zijn facetten;
  • in de winkel of op de markt, waar volop verse groenten en fruit te koop zijn;
  • in de sport-, school- en bedrijfskantine waar gezonde producten te koop zijn;
  • in de buurt, waar kinderen spelen en sporten, plezier hebben met elkaar;
  • in een stad of dorp, waar mensen omkijken naar elkaar.

Gezonde keuze de gemakkelijke keuze

Al deze uitingen van preventie worden uitgevoerd door professionals en vrijwilligers. Dáár moet aandacht voor zijn. Om hun werk mogelijk te maken moet de overheid voor financiering blijven zorgen. Maar bovenal moet de overheid maatregelen nemen die hun werk ondersteunen, waardoor de gezonde keuze de gemakkelijkste keuze is. Immers: jong geleerd is oud gedaan!

 

Meer lezen of kijken:

Het manifest over leefstijlgeneeskunde heb ik niet kunnen traceren op internet. Wel het opiniestuk daarover in het Financieel Dagblad van maandag 26 maart 2018:

https://fd.nl/opinie/1247214/leefstijlgeneeskunde-is-nodig-voor-echte-trendbreuk-in-de-zorgkosten

Voor wie de Nieuwsuur-uitzending van woensdag 28 maart 2018 wil terugkijken:

https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2224717-gezonde-leefstijl-kan-tachtig-procent-hart-en-vaatziekten-voorkomen.html

Niet cool

20171013 Algemeen Dagblad

Terwijl we koffie drinken, leest mijn vader zijn favoriete artikel voor uit de krantenbijlage van de afgelopen week. Het gaat over een jong stel dat – weloverwogen! – een jonge hond heeft genomen. Een mix van een labarador met van-alles-en-nog-wat. En dat valt niet mee. Het is een verhaal dat me doet denken aan ‘Ik vertrek’: je begint vol goede moed (“Een blije knuffelhond, zo lief”), maar al gauw dient de ene na de andere ramp zich aan.

Ook ouders zullen herkenning vinden in de belevenissen. “De hele nacht janken en joelen. Geen oog dichtgedaan. We waren kapot na de eerste maand. ’s Nachts moesten we er meerdere keren uit voor Freddies plas.” Maar het gaat verder dan dat. Hij poept in de keuken en kijkt dan vol trots. Hij sloopt schoenen en plinten. De schattebout gaat er vandoor met het terrastafeltje van een theehuis, waaraan hij was vastgelegd en belandt met tafel-en-al in een vijver. “De andere bezoekers staken geen poot uit en keken met open mond toe hoe ik er met half afgezakte bikini achteraan ging.” Hilarisch! Ik zou ook rustig toekijken. Je weet maar nooit hoe zo’n hond reageert. Ook het baasje zou je wat naars kunnen toebijten.

Wat me tijdens het voorlezen door mijn vader opvalt, is hoe onze taal is doorspekt (doorspeckt!) met Engelse woorden. De hond zit in de bench. De eerste nachten bij de nieuwe baasjes was cold turkey voor de kleine Freddie. Tijdens een vakantie moesten de oppasouders elke dag filmpjes van hem appen. En had ik al verteld dat er enorm veel babes op Freddie afkomen bij het uitlaten? Mijn vader (87) kent die woorden niet, dus tussendoor geef ik wat uitleg, als een levend woordenboek.

In de reclame en supermarkt is het gebruik van Engelse taal ook gewoon geworden. Het huismerk van Albert Heijn moet kennelijk in heel Europa worden verkocht en heeft deels Engelse namen. In de schappen zie ik prawn crackers, bread sticks en pedal bins. Drie keer raden! Ik gok dat je er minstens eentje fout hebt: kroepoek, soepstengels en pedaalemmerzakken. Gelukkig staan er plaatjes op de verpakking; fijn voor ouderen en laaggeletterden. Columnist Sylvia Witteman ontdekt dat krielaardappeltjes tegenwoordig cherry potatoes heten. Gekker moet het niet worden!

Als ik even later wat mailtjes doorlees, gaat mijn verwondering door. De Wageningse universiteit waar ik studeerde heeft (natuurlijk) Engels als voertaal en noemt zich nu Wageningen University & Research. Hun mailbericht heeft als onderwerp: ‘WUR stijgt in rankings en 100 years WUR’. Inhoudelijk zeg ik: top! Een universiteit van een eeuw oud, die nog steeds hoog in de ranglijsten staat. Maar zo’n titel is echt een flop!

Veel papier en plezier op CODA Camping

Coda Camping

“Wie heeft er altijd al van gedroomd om in een museum te slapen?”, vroeg CODA Museum bij de afsluiting van de succesvolle expositie CODA Paper Art. Dat was niet tegen dovenmansoren gezegd: ruim twintig liefhebbers mochten komen. Ze konden ervaren hoe het is in een kartonnen tent te slapen én een nacht in het museum door te brengen.

Spannend, een nachtje kamperen in eigen stad. En CODA had inderdaad een echte camping gemaakt: 13 kartonnen KarTenten, waarvan er deze zomer ook een in het museum stond als onderdeel van de tentoonstelling CODA Paper Art. De sfeer zat er gelijk goed in. Hoe kon dat ook anders, met al die palmbomen, kussens en camping-stoeltjes, zaklantaarns en lampjes. Lekker chillen!

De campinggasten hadden allemaal een donatie gedaan voor Serious Request Apeldoorn 2017. Zo was een mooie mix ontstaan van kinderen en volwassenen. Het programma dat de CODA-medewerkers hadden samengesteld, was net zo afwisselend. Want op welke camping heb je op één avond een bijzonder concert, verhalen bij het kampvuur en volop knutselen en spelletjes doen?

Maar het begon natuurlijk met de kartonnen tent. Ruimte voor twee personen, ingericht met een dik luchtmatras en voorzien van slaapzakken. “Hoe vaak heb je vandaag gevraagd wanneer jullie naar de camping zouden gaan”, werd er gevraagd aan een van de jongste kampeerdertjes. “Wel 100 keer!”, verzuchtte ze. Maar nu was het zover. Een van de oudere kinderen begon direct met het versieren van zijn onderkomen: naam erop en wat aanvullende – maar tegenstrijdige – mededelingen. ‘Niet inkomen a.u.b. privé’ stond erop. Maar ook ‘Welkom’. Andere tenten waren versierd met bloemetjes en er ontstond tijdens de zaterdagavond zelfs een tent met een complete wereldkaart.

De hele kampeerclub ging eerst naar het optreden van vier jonge slagwerkers van het Nationaal Jeugd Orkest. Prachtig spel! Zelfs papier werd tijdens één van de nummers als instrument gebruikt; helemaal passend bij CODA Paper Art!

Later op de avond werd het ouderwets gezellig. Lekker tekenen, een kaart schrijven naar opa en oma of de buren – dat hoort immers bij op vakantie gaan. Maar ook gezelschapsspelletjes doen of een potje kaarten. En de spannende verhalen van de verteller van het Vertelgenootschap Apeldoorn maakte de dag compleet.

De nacht verliep rustig, al sliep lang niet iedereen goed. Hoe kan het ook: in een vreemde omgeving, een tent die rare geluiden maakt … En toch was het de volgende ochtend alweer vroeg een vrolijke boel: er was een heuse markies die iedereen luidruchtig kwam wekken en nog voor het uitgebreide ontbijt een eindeloze reeks verhalen voorlas. Jong en oud zaten gebiologeerd én geamuseerd te luisteren. Na het ontbijt was het tijd om naar huis te gaan. En zo denken we terug aan veel papier en vooral veel plezier op de CODA Camping!

Beschuit met muisjes

Beschuit-met-muisjes

Mijn moeder kan het zich absoluut niet herinneren, terwijl haar geheugen prima in orde is. Ook mijn oudste zus weet er niets van. Jammer, want samen zouden we vast meer details boven water kunnen toveren. Ik weet het nog als de dag van gisteren en toch is het vandaag precies vijftig jaar geleden.

Donderdagavond 27 april 1967, rond de klok van negen uur. Mijn zusje en ik liggen in bed. Misschien zijn we zelfs al in slaap gedommeld. Logisch, want we zijn 9 en 8 jaar oud, en moeten de volgende dag gewoon naar school. Mijn moeder komt ons slaapkamertje binnen en maakt ons wakker. “Jullie mogen even uit bed komen, want er is een prinsje geboren”, zegt ze. Slaperig en in onze pyjamaatjes gaan we naar de huiskamer. Daar staat een bord met beschuit en muisjes. Dat gaat er wel in! We kijken nog wat naar het televisiejournaal en kruipen dan weer in bed. Een prinsje! Een echt prinsje!

Pas vandaag ga ik op zoek naar oude beelden. Een mooi YouTube-filmpje geeft de sfeer van die tijd goed weer. Journalisten in lange regenjassen en hoeden op. Feest op straat in Utrecht, vlak bij het ziekenhuis. Er is heel wat veranderd in een halve eeuw.

In een digitale krant van 28 april krijgt de geboorte van het prinsje uiteraard alle aandacht. Het is niet alleen een kroonprinsje, maar ook de eerste Nederlandse prins sinds 116 jaar. Binnen de familie van prins Claus is het echter dubbel feest: de zus van prins Claus heeft op dezelfde dag ook het leven geschonken aan een zoon. Kortom: oma Von Amsberg heeft er op een dag twee kleinzoons bij. Zou zij ook beschuit met muisjes gegeten hebben?

YouTube-filmpje over de gebeurtenissen rond de geboorte van Willem-Alexander.

Extra boodschap voor de Voedselbank

20170325-foto 1Op zaterdag 25 maart 2017 was de actiedag voor de Voedselbank Apeldoorn. Maar liefst 175 vrijwilligers waren in touw bij 23 supermarkten. Dat resulteerde in 48 rolcontainers, 557 gevulde kratten, 22.800 producten en € 372,95 aan contanten. Als een van die vele vrijwilligers zette ik mijn ervaringen op papier.

Nog voordat ons marktkraampje goed en wel staat, hebben we de eerste levensmiddelen al binnen. De mevrouw van de drogisterij tegenover de supermarkt waar we vandaag staan, brengt een flink aantal doosjes thee. Ons eerste kratje is gevuld; een goed begin van deze dag!

Daarna gaan Ernst, Harry en ik pas echt van start. We delen boodschappenbriefjes uit, nemen de boodschappen in ontvangst en zorgen er tussendoor voor dat alles soort-bij-soort in de verschillende kratten terecht komt. De zon schijnt volop en de sfeer is goed bij het winkelend publiek.

Zeker 80% van de mensen doet mee aan de actie. Vaak kennen ze de campagne van een eerdere editie of hebben ze gelezen dat deze vandaag wordt gehouden. Wekelijks helpt de Voedselbank Apeldoorn 270 gezinnen. Door allerlei bedrijven worden verse producten geschonken. Men zit echter ook te springen om lang houdbare producten. Vooral die staan daarom op het boodschappenlijstje.

Grapje of serieus

Met een grapje of een serieus antwoord weten we ook de twijfelaars positief te stemmen. Een oudere mevrouw hoort bij die groep: “Ik wil eigenlijk liever iets geven aan giro 555, voor de mensen in Afrika.” Dat kan ik simpel pareren: “Maar misschien kunt u nog een extra boodschap meenemen voor ons. U kunt zelf kiezen wat dat is, en voor 69 cent doet u de mensen van de Voedselbank al een groot plezier.” Even later komt ze breed lachend een pak macaroni brengen.

Op andere momenten staan we verbaasd over de toelichting die mensen zelf geven. Een mevrouw brengt de halve inhoud van haar boodschappentas. “Ik heb tien dingen voor mezelf gekocht; dus ook tien voor jullie.” Even later wordt een boodschappenkar tot bij ons kraampje gereden, met een paar boodschappen in een hoekje. “Alles wat er in het mandje zit is voor jullie, hoor.” Met zes handen maken we het volle mandje vlot leeg. Er zit van alles wat bij: houdbare melk, pannenkoekmeel, koffie, hagelslag, pasta en een zakje pastasaus. Kijk, dat schiet lekker op.

Knip op portemonnee

Natuurlijk zijn er ook mensen die langslopen en niet mee kunnen doen. Een oudere mevrouw: “Nee, het spijt me. De boekhouder heeft me juist van de week gezegd dat ik de knip op de portemonnee moet houden.” Een vader met twee puberdochters vertelt dat zijn gezin juist hulp krijgt van de Voedselbank. “We zijn hard voor jullie aan het werk”, zeg ik hem en wens ze een fijne dag. Een enkele keer is er de vraag of de producten in Nederland blijven. “Ik geef niet voor het buitenland”, vertelt een man. “Dit is bedoeld voor mensen in Nederland die het niet breed hebben. Voor Apeldoornse mensen zelfs”, kan ik hem vertellen. Hij doneert gul.

Jong geleerd

Ouders met kinderen laten de kinderen hun producten bij de marktkraam afgeven. Tussendoor vertellen ze hun kinderen over de Voedselbank. Een enkele puber die met sporttas op weg is naar een wedstrijd doet ook mee. Behalve een paar grote koeken en een flesje sportdrank, heeft hij een pak suiker en macaroni gekocht. Jong geleerd is oud gedaan!In het begin lijkt het wat veel: met z’n drieën bij een niet al te groot supermarktfiliaal. Maar in de loop van de ochtend blijkt dat geen overbodige luxe. Zo hebben we tijd om met het winkelend publiek te praten, en zonodig wat extra met bekenden die langskomen. Dat is juist het leuke van het meewerken aan een actie in je eigen woonwijk. Harry (als boegbeeld van de Apeldoornse Partij voor de Dieren) krijgt slechts eenmaal te maken met een buurtbewoonster die vragen heeft over overlast van bepaalde vogels in haar straat, waardoor de zangvogels het onderspit moeten delven.

Niet aankijken

Natuurlijk zijn er mensen die ons niet willen aankijken of ons niet horen als we hen aanspreken. Ook dat hoort erbij. We richten ons op de mensen die wel reageren. Een enkele keer is er iemand die we gemist hebben bij het binnengaan van de winkel. Ernst reageert quasi-ernstig (what’s in a name?) als een man constateert dat hij zo’n boodschappen al gehaald heeft: “Ja, als ik dat had gezien, had ik natuurlijk direct ingegrepen.” Met een boodschappenbriefje gaat de mijnheer gewoon nog een keer de winkel in. Speciaal voor ons. Een ander lost het op door een pak rijst uit haar bood­schappen­tas te halen. “Maar heeft u nu wel voldoende eten in huis, voor het weekend?”, vraagt Ernst haar. Ze knikt: “Dat zit wel goed; ik kan het best missen.”

Als het tegen half een loopt en een volgend drietal ons komt aflossen, hebben we al heel wat kratten gevuld staan. Een mooi resultaat voor een ochtendje voor de Voedselbank. Wat mij betreft voor herhaling vatbaar.20170328_briefje

20170325-foto 3

 

Vredesvogel

img_5860

Deze dagen is er meer nieuws dan gewoonlijk uit Colombia. De regering en rebellenbeweging FARC tekenden een vredesverdrag. Maar pas als de bevolking ermee instemt tijdens een referendum, wordt het akkoord echt van kracht.

Zulke berichten doen me altijd terugdenken aan onze reis door Zuid- en Midden Amerika, een paar jaar terug. Lang niet alle plaatsen in Colombia voelden veilig. In de stad Cali werden we gewaarschuwd op straat en voelde het ’s avonds onprettig. En meer dan eens waren er herinneringen aan geweld van de afgelopen halve eeuw.

In Medellin, de een na grootste stad, staan veel beelden van de Colombiaanse schilder/beeldhouwer Fernando Botero. Mensfiguren met enorme billen en dijen. Zijn dieren hebben net zulke bijzondere proporties. De meeste beelden zien er koddig uit. Als je er een paar van gezien hebt, herken je Botero’s stijl direct.

De twee vogelbeelden maakten grote indruk op mij. De ene net zo heerlijk bol als de mannen- en vrouwenfiguren. Oorspronkelijk stond-ie er alleen, om een kaal plein wat op te vrolijken. Maar inmiddels zit er een heel ander verhaal aan vast. Bij een aanslag in 1995 was een bom geplaatst tussen de poten van de vogel. De scherven van het bronzen beeld zorgde voor een bloedbad en 23 doden. De Vredesvogel (!) was slachtoffer nummer 24. Het beeld van de opgeblazen vogel is blijven staan, zoals Botero eiste; het is een eerbetoon aan de slachtoffers. Een paar jaar later schonk hij zijn stad een nieuwe vogel. Ze staan nu zij aan zij.

Al die jaren is Colombia een land gebleven van veel oorlog. Ik hoop dat het verdrag en het referendum de aanzet zijn voor echte vrede. Daar is heel wat meer voor nodig dan handtekeningen op papier. Ook twee Vredesvogels.

img_5859

Sandalen

scannen0003

“Het is heel gevaarlijk om te fietsen met sandalen, zoals jullie doen.” We krijgen een ongevraagde advies van een mede-fietser in Maleisië, die al lange tijd onderweg is.

Het maakt me altijd nieuwsgierig als een onbekende zo’n advies geeft. Wij fietsen al maanden met open schoenen. In landen met hoge temperaturen moet ik er niet aan denken om met sokken en dichte schoenen te rijden. Waarom zouden we dat moeten veranderen?

De reden wordt al snel duidelijk: “Een paar maanden geleden heb ik mijn voet gebroken. Het maakte dat ik wekenlang in het ziekenhuis lag en nog steeds heb ik last van de breuk. Vandaar dat ik hier echt niet meer fiets met open schoenen.”

Toch overtuigt dit me niet. Wat was was de oorzaak van die breuk? Ook dat weet de man in een paar zinnen te vertellen. “Ik fietste ’s nachts, zonder licht. En toen reed ik over een dode hond. Zo ben ik gevallen. Met dichte schoenen was mijn voet vast niet gebroken”, besluit hij.

Dan is het onze tijd voor adviezen. De belangrijkste twee passen we al jaren toe: Nooit fietsen zonder verlichting als het donker is. Ook niet ’s nachts doorfietsen tijdens een buitenlandse vakantie. En over een dode hond heen fietsen? Dat moet je al helemaal niet doen!